ECLI:NL:RVS:2018:790
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 10 juli 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 januari 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden gedurende de looptijd van het hoger beroep, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen, op grond van eerdere jurisprudentie toewijsbaar is. De staatssecretaris is daarnaast veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter heeft daarom bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en heeft de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van €501 aan proceskosten. De uitspraak is gedaan op 6 maart 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.