ECLI:NL:RVS:2018:806
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 16 januari 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 13 februari 2018 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek hield in dat de staatssecretaris in afwachting van het hoger beroep geen gevolg hoefde te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet uitgesloten kon worden dat de uitspraak van de rechtbank niet in stand zou blijven en dat er geen bijzondere belangen waren die een onmiddellijke uitvoering van de uitspraak vereisten. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen, zodat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.