ECLI:NL:RVS:2018:810
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 21 december 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 januari 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om niet uitgezet te worden voordat op het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen gedurende die periode, gegrond is. Dit in lijn met eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond en legt de proceskostenveroordeling op aan de staatssecretaris. De uitspraak werd gedaan op 9 maart 2018 door mr. G. van der Wiel.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.