ECLI:NL:RVS:2018:828
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget na afwijzing bezwaar toeslagpartner
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 21 november 2016 het voorschot kinderopvangtoeslag en het voorschot kindgebonden budget van appellante over 2016 herzien en vastgesteld op respectievelijk € 4.023,00 en € 862,00. Hierbij werd [persoon] als toeslagpartner aangemerkt omdat hij in de periode van 13 juni 2016 tot 19 november 2016 op hetzelfde adres stond ingeschreven als appellante en haar minderjarige kind.
Appellante stelde bezwaar in tegen deze partneraanduiding, stellende dat [persoon] slechts een kamer huurde op zakelijke gronden, onderbouwd met een huurovereenkomst. De Belastingdienst handhaafde het besluit vanwege onvoldoende bewijs van daadwerkelijke betaling van huur. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar kon zij geen objectief bewijs overleggen van huurbetaling, zoals kwitanties of bankafschriften. De Raad van State oordeelde dat de Belastingdienst terecht [persoon] als toeslagpartner heeft aangemerkt, omdat de huurovereenkomst alleen niet volstaat zonder bewijs van betaling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.