ECLI:NL:RVS:2018:832
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- G. van der Wiel
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen vergunning jaarrond vissen in Natura 2000-gebied Noordense Plas
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland verleende op 19 juli 2016 een vergunning aan een belanghebbende voor jaarrond vissen op karper en andere vissen in de Noordense Plas, onderdeel van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Natuurmonumenten, eigenaar van het oostelijke deel van de plas, stelde beroep in tegen deze vergunning vanwege zorgen over fosfaatbelasting en mogelijke aantasting van kranswierwateren.
Natuurmonumenten voerde aan dat het gebruik van boilies (lokaas) leidt tot een onderschatting van fosfaattoename, dat accumulatie en effecten op de waterbodem onvoldoende zijn onderzocht en dat cumulatie van effecten kan leiden tot verslechtering van de waterkwaliteit, met name in het oostelijke deel van de plas dat zij beheert. Het college stelde dat de fosfaattoename geen significante gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied, mede omdat de stromingsrichting van het water vooral van het Schippersgat naar de Noordense Plas loopt en niet andersom.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Natuurmonumenten onvoldoende heeft onderbouwd dat het oostelijke deel van de plas geschikt is voor uitbreiding van kranswierwateren en dat het college terecht heeft aangenomen dat de vergunning geen negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen. Ook het betoog over het ontbreken van mitigerende maatregelen en monitoring faalde, aangezien mitigerende maatregelen niet in de voortoets mogen worden betrokken en de vergunninghouder wel degelijk jaarlijks rapporteert over relevante gegevens.
Ten slotte werd het betoog over niet-handhaafbare vergunningvoorwaarden verworpen vanwege gebrek aan concrete onderbouwing. De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van Natuurmonumenten tegen de vergunning voor jaarrond vissen in de Noordense Plas wordt ongegrond verklaard.