ECLI:NL:RVS:2018:840
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering lerarenbeurs wegens niet afronden opleiding binnen termijn
Appellant ontving een lerarenbeurs voor een masteropleiding natuurkunde, maar rondde deze niet binnen de gestelde termijn af. De minister stelde de subsidie vast op een lager bedrag en vorderde een deel terug. Appellant voerde persoonlijke omstandigheden aan, zoals ziekte van zijn vrouw en onvrijwillige werkloosheid, en stelde dat de beperkte geldigheidsduur van studiepunten onrechtmatig was.
De minister handhaafde het besluit, waarbij hij rekening hield met studiepunten die vervallen waren verklaard en persoonlijke omstandigheden niet tot toepassing van de hardheidsclausule leidden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat de minister bevoegd was de subsidie lager vast te stellen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen. Het beroep op Europese richtlijnen en proportionaliteit faalde, evenals het verzoek om schadevergoeding. De subsidie is een tegemoetkoming in collegegeldkosten en geen volledige vergoeding van studiekosten.
De Afdeling benadrukte dat de onderwijsinstelling bevoegd is voor studiepunten en geldigheidsduur, niet de minister. Ook was het mogelijk om studiekosten met terugwerkende kracht af te trekken bij de belasting. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de terugvordering van €2.607,80 omdat appellant de opleiding niet binnen de gestelde termijn met goed gevolg heeft afgerond.