ECLI:NL:RVS:2018:866
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overschrijving vervallen grafrechten op begraafplaats West-Terschelling
Appellant verzocht het college om overschrijving van grafrechten op de graven van zijn oudoom en oudtante op de algemene begraafplaats aan de Longway te West-Terschelling. Deze verzoeken werden door het college afgewezen omdat de grafrechten volgens de Verordening 1947 een jaar na het overlijden van de rechthebbende van rechtswege vervallen, tenzij binnen die termijn een overschrijvingsverzoek wordt ingediend.
De rechtbank bevestigde deze uitleg en oordeelde dat het college terecht het verzoek van appellant had afgewezen. Appellant voerde aan dat het college zich niet op de oude verordening mocht beroepen en dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur en een onzorgvuldige belangenafweging. Ook stelde hij dat op grond van de Verordening 2004 vervallen grafrechten alsnog konden worden overgeschreven.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de Verordening 1947 geen beslissingsruimte biedt en dat de grafrechten in 1965 zijn vervallen. De Verordening 2004 geldt niet terugwerkend voor reeds vervallen rechten. Daarom is het beroep ongegrond en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot overschrijving van de vervallen grafrechten wordt bevestigd.