ECLI:NL:RVS:2018:890
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- J. Hoekstra
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten RDW intrekking APK erkenning en keuringsbevoegdheid wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft het beroep van [appellant], eigenaar van een erkend autobedrijf, tegen besluiten van de RDW die zijn APK erkenning en keuringsbevoegdheid intrekken wegens het niet verlenen van volledige medewerking aan een steekproef en het gebruik van verbaal geweld tegen controleurs.
De rechtbank had de eerdere besluiten vernietigd en de RDW opgedragen de besluiten te herzien. De RDW handhaafde de sancties deels, maar verlaagde de wachttijd en intrekkingsduur bij besluiten van 2 januari 2018. [Appellant] stelde dat de RDW onvoldoende rekening had gehouden met bijzondere omstandigheden zoals de financiële gevolgen en het ontbreken van een sanctieverleden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de RDW de bijzondere omstandigheden onvoldoende had meegewogen en de motivering van de besluiten gebrekkig was, wat strijd opleverde met artikel 7:12 Awb Pro. Daarom vernietigde de Afdeling de besluiten van 16 maart 2017 en 2 januari 2018, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van de laatste besluiten in stand blijven gezien de redelijke verkorting van de sancties en de reeds geëffectueerde periode.
De RDW werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.002,00. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij bestuursrechtelijke sancties.
Uitkomst: De besluiten van de RDW tot intrekking van de APK erkenning en keuringsbevoegdheid worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen van de besluiten van 2 januari 2018 blijven in stand.