ECLI:NL:RVS:2018:912
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsontneming vreemdeling
De vreemdeling kreeg bij besluit van 7 december 2017 een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, die op 17 december 2017 werd opgeheven. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in en voerde aan dat de maatregel onrechtmatig was voortgezet omdat de staatssecretaris had erkend dat de maatregel een dag te lang duurde.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep ongegrond had verklaard en dat de onrechtmatigheid van de maatregel vanaf 16 december 2017 vaststond. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven.
De vreemdeling werd een schadevergoeding van €80 toegekend voor de onrechtmatige periode van één dag en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.503. Hiermee werd recht gedaan aan de erkenning van de onrechtmatigheid en de gevolgen daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens onrechtmatige vrijheidsontneming.