ECLI:NL:RVS:2018:993
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 2 januari 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 22 februari 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde het verzoek om te bepalen dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden zolang het hoger beroep loopt, en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) kwam het verzoek voor toewijzing in aanmerking.
De voorzieningenrechter besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen, waardoor de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.