ECLI:NL:RVS:2018:995
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 16 februari 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 20 maart 2018 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €501,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand verleend door een derde.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de belangenafweging dat de vreemdeling niet onherstelbaar in zijn belangen mag worden geschaad voordat het hoger beroep is afgerond. De uitspraak is openbaar gedaan en vormt een belangrijke waarborg in het vreemdelingenrecht.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.