ECLI:NL:RVS:2019:1
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging handhaving beëindiging hondenfokkerij te Hapert
Het college van burgemeester en wethouders van Bladel heeft op 16 november 2016 een last onder dwangsom opgelegd aan appellant om het gebruik van een perceel te Hapert als hondenfokkerij en voor de bedrijfsmatige verkoop van honden te beëindigen. Dit besluit werd gevolgd door een bezwaarprocedure en een beroep bij de rechtbank, waarbij het college in het gelijk werd gesteld.
Appellant stelde in hoger beroep onder meer dat het college niet bevoegd was tot handhaving, dat het college niet alle relevante stukken had overgelegd, dat er sprake was van vooringenomenheid en dat het college in strijd had gehandeld met diverse beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiveringsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving omdat het gebruik van het perceel niet viel onder het overgangsrecht van het bestemmingsplan. Daarnaast werd geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat niet alle relevante stukken waren overgelegd of dat er sprake was van vooringenomenheid. Ook werden de aangevoerde schendingen van beginselen van behoorlijk bestuur verworpen.
De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor het horen van getuigen of het toewijzen van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot handhaving wordt bevestigd.