ECLI:NL:RVS:2019:1005
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit besluit werd gevolgd door een ongegrond verklaring van het bezwaar en een afwijzing van het beroep door de rechtbank.
Appellant voerde onder meer aan dat zijn psychische toestand en de omstandigheden van een huurconflict bijzondere omstandigheden vormden die het oordeel over het gevaar voor de openbare orde zouden moeten beïnvloeden. De Afdeling oordeelt echter dat deze omstandigheden reeds door de strafrechter zijn betrokken en daarom niet als bijzonder kunnen worden aangemerkt in de naturalisatieprocedure.
Verder werd het medisch advies dat appellant overlegde om vrijstelling van het inburgeringsvereiste te staven, niet ontvankelijk geacht omdat dit advies al bij het verzoek had moeten worden overgelegd en appellant niet heeft toegelicht waarom dit niet mogelijk was. De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris voldoende gemotiveerd heeft en dat het hoger beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard.