ECLI:NL:RVS:2019:1008
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens ontbreken ernstig letsel
Appellant heeft op 26 juni 2017 een aanvraag ingediend bij de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) voor een uitkering wegens mishandeling op 20 juni 2017. Hij stelde lichamelijk letsel (hersenschudding en pijnklachten) en psychisch letsel (slaapklachten) te hebben opgelopen.
De CSG wees de aanvraag af omdat het letsel niet als ernstig werd aangemerkt volgens de Wet schadefonds geweldsmisdrijven en het eigen beleid, waaronder de Letsellijst. De medische stukken toonden een hersenschudding en kneuzingen, maar geen vervolgonderzoek of specialistische behandeling. Psychische klachten waren niet medisch onderbouwd.
Appellant voerde aan dat zijn financiële situatie hem verhinderde om medisch bewijs te verzamelen en dat de CSG zelf onderzoek had moeten doen. De Raad van State oordeelde dat appellant de bewijslast draagt en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ernstig letsel heeft. Ook was niet gebleken dat hij daadwerkelijk geen toegang had tot medische zorg of dat hij in bewijsnood verkeerde.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 juni 2018 wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; afwijzing uitkering schadefonds bevestigd wegens ontbreken ernstig letsel.