Uitspraak
Datum uitspraak: 3 april 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Valkenswaard stelde op 26 oktober 2017 het bestemmingsplan voor het landgoed aan de [locatie 1] en [locatie 2] vast, dat de realisatie van twee nieuwe woningen en natuurontwikkeling mogelijk maakt. Appellanten, eigenaren van een aangrenzend perceel, stelden beroep in tegen dit plan. Zij voerden aan dat het plan onuitvoerbaar is vanwege een eerdere aanlegvergunning voor natuurontwikkeling die niet is nagekomen, dat het plan niet voldoet aan de provinciale Verordening ruimte 2014, en dat de stikstofdepositie en openbaar toegankelijkheid onvoldoende zijn gewaarborgd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanlegvergunning niet meer relevant is omdat deze was verlopen en de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd. Het plan voorziet volgens de Afdeling terecht in een landgoed als bedoeld in de Verordening ruimte 2014, met voldoende oppervlakte en nieuwe natuur. Ook is het plan niet in strijd met de eisen voor openbaar toegankelijkheid en stikstofdepositie. Wel is geoordeeld dat het plan nog aanpassingen behoeft om de kwaliteitsverbetering van natuur en het beheer voldoende te waarborgen, hetgeen de raad bij de vaststelling erkende maar heeft doorgeschoven naar een toekomstig plan. Hierdoor is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
De Afdeling verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestemmingsplan en droeg de raad op binnen 26 weken een nieuw plan vast te stellen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige voorbereiding en volledige waarborging van natuurkwaliteit bij bestemmingsplannen voor landgoederen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan voor het landgoed wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en strijd met artikel 3:2 Awb.