ECLI:NL:RVS:2019:1041
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toekenning van tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering woning door nieuw bestemmingsplan Montfoort
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Montfoort inzake een tegemoetkoming in planschade. Het nieuwe bestemmingsplan Wederiksingel leidde tot waardevermindering van de woning van appellant, onder meer door een toename van geluidsoverlast, lichthinder en privacybeperkingen.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak vast dat het advies van Thorbecke onvolkomenheden bevatte en dat het college het advies niet had mogen volgen. De zaak werd heropend en de StAB benoemd als deskundige voor nader onderzoek.
Het onderzoek van de StAB concludeerde dat de aanleg van een verkeersplateau een redelijkerwijs te verwachten gevolg was van het nieuwe bestemmingsplan en dat dit niet leidde tot schade aan het gebouw of hinder voor personen, hoewel de trillingsterkte was toegenomen. De waardevermindering werd vastgesteld op €40.000, wat een 'zware' planologische verslechtering betekent.
Appellant voerde diverse bezwaren aan, onder meer over de fundering en verkeerssnelheden, maar deze werden niet gegrond verklaard. Het college betoogde dat de StAB ten onrechte de gevolgen van een verkeersbesluit had betrokken, maar ook dit betoog faalde.
De Afdeling besloot zelf in de zaak te voorzien, stelde de waardevermindering vast op €40.000, trok het forfait van €14.200 af en bepaalde de vergoeding op €25.800, te vermeerderen met wettelijke rente. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De tegemoetkoming in planschade wordt vastgesteld op €25.800 met wettelijke rente en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.