ECLI:NL:RVS:2019:1049
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor bedrijfsmatige opslag wegens onvoldoende motivering geluidsoverlast
Het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen verleende aanvankelijk op 6 februari 2013 een omgevingsvergunning aan appellant voor het gebruik van een loods voor bedrijfsmatige opslag, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan. Na bezwaar van omwonenden werd deze vergunning op 10 november 2015 herroepen en geweigerd vanwege strijd met een goede ruimtelijke ordening, met name vanwege geluidsoverlast en het niet kunnen garanderen van een goed woon- en leefklimaat.
Appellant stelde beroep in tegen deze weigering, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat het college voldoende had gemotiveerd waarom het gebruik van de loods geen goed woon- en leefklimaat kon garanderen. De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond.
De Afdeling bevestigt echter dat het college bevoegd is om de vergunning te weigeren op grond van artikel 2.12 Wabo, omdat het gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Uit het deskundigenbericht blijkt dat de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit niet worden gehaald, met name door het maximale geluidniveau bij laden en lossen. Het college heeft dit gemotiveerd met verwijzing naar de VNG-brochure en het ontbreken van handhavingsmogelijkheden.
De Afdeling acht het college in redelijkheid bevoegd om de vergunning te weigeren en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.