ECLI:NL:RVS:2019:1058
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen spoedeisende bestuursdwang bij illegale afvalplaatsing
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer heeft op 12 maart 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een Big Shopper met huishoudelijk afval te verwijderen die naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) was geplaatst. De appellant voerde aan dat de ORAC niet functioneerde en dat hij het afval aan een haak van de container had gehangen, maar dit werd verworpen omdat het afval in de openbare ruimte was achtergelaten in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009.
De appellant stelde dat het spoedeisende karakter ontbrak omdat het afval al enkele dagen naast de container lag en dat hij geen gebruik kon maken van uitwijkcontainers. De Raad van State oordeelde dat het college terecht bestuursdwang toepaste om negatieve gevolgen van illegale afvalplaatsing te voorkomen en dat het ontbreken van functionerende containers de verplichting tot juiste afvalaanbieding niet wegneemt.
Verder betoogde appellant dat hij vanwege zijn financiële situatie niet de kosten van bestuursdwang (€ 91,00) hoefde te betalen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat financiële draagkracht in beginsel niet relevant is bij kostenverhaal, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat betaling onmogelijk is. Dit was niet het geval, zodat het beroep ook op dit punt faalt.
Het beroep is derhalve ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang en de kostenveroordeling is ongegrond verklaard.