ECLI:NL:RVS:2019:1075
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- A.W.M. Bijloos
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing verzoek aangepaste toetswijze beroepsopleiding advocaten
Appellante, een stagiaire in de beroepsopleiding advocaten, verzocht om een aangepaste toetswijze vanwege schildklierproblemen die concentratiestoornissen en vermoeidheid veroorzaken. De examencommissie wees dit verzoek af, omdat uit de medische stukken bleek dat extra tijd en een rustige locatie al waren toegekend en dat mondeling toetsen niet noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat tegen besluiten over de toetswijze geen beroep mogelijk is volgens artikel 8:4, derde lid, Awb. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het besluit van de examencommissie geen besluit is als bedoeld in deze bepaling en dat beroep wel mogelijk is.
De Afdeling beoordeelde vervolgens inhoudelijk het verzoek en concludeerde dat de examencommissie in redelijkheid heeft geoordeeld dat de reeds toegekende aanpassingen toereikend zijn en dat mondeling toetsen niet noodzakelijk is. De klachten van appellante rechtvaardigen geen verdere aanpassing van de toetswijze.
De Afdeling bevestigde daarom het bestreden vonnis, veroordeelde de examencommissie tot vergoeding van proceskosten en gelastte vergoeding van het griffierecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard met verbetering van de motivering.
Uitkomst: Het verzoek om een aangepaste toetswijze wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.