Uitspraak
Datum uitspraak: 10 april 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De raad van de gemeente West Betuwe stelde op 21 december 2017 het bestemmingsplan Kerkewaard 2016 vast, gericht op uitbreiding van het bedrijventerrein met een tweede distributiecentrum en een laad- en loskade voor containeroverslag. Appellanten, waaronder bewoners en een coöperatie, voerden diverse bezwaren aan, zoals een oneerlijk participatieproces, onvoldoende onderzoek naar geluidhinder, verkeersveiligheid en strijd met ruimtelijke ordeningsregels.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde deze bezwaren en concludeerde dat de raad beleidsruimte heeft en zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Het participatieproces was niet wettelijk voorgeschreven, en het ontbreken van deelname van bepaalde bewoners aan de werkgroep maakte het plan niet ondeugdelijk.
Ten aanzien van geluidhinder oordeelde de Afdeling dat de akoestische onderzoeken adequaat waren, dat de richtafstanden uit de VNG-brochure werden gerespecteerd en dat de maximale geluidniveaus acceptabel zijn. Ook de verkeerskundige bezwaren werden verworpen, omdat het verkeer binnen de capaciteit blijft en maatregelen voor verkeersveiligheid zijn getroffen. Tenslotte werd vastgesteld dat het plan verenigbaar is met de Structuurvisie Waalweelde West en dat alternatieve locaties onvoldoende geschikt zijn.
De Afdeling verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de rechtmatigheid van het bestemmingsplan, waarbij tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot handhaving van milieuregels en maatwerkvoorschriften.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Kerkewaard 2016 worden ongegrond verklaard en het plan wordt bevestigd.