ECLI:NL:RVS:2019:1158
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 februari 2019 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 maart 2019 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet aan de uitspraak van de rechtbank hoefde te voldoen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de staatssecretaris enkel bestond uit het voorkomen van een dwangsom tijdens de behandeling van het hoger beroep, wat onvoldoende gewicht in de belangenafweging heeft. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, zodat de staatssecretaris uitvoering moet geven aan de uitspraak van de rechtbank.