ECLI:NL:RVS:2019:1176
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen omgevingsvergunning wijziging gebruik gebedshuis naar woondoeleinden
Het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren verleende op 14 september 2017 een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van een voormalige boskapel van maatschappelijke doeleinden naar woondoeleinden op een perceel te Muiderberg. Appellante, die een bedrijf exploiteert en een buurthuis in de boskapel wilde realiseren, maakte bezwaar tegen deze vergunning. Het college verklaarde haar bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij niet als belanghebbende kon worden aangemerkt.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, stellende dat zij slechts een afgeleid belang had en niet als belanghebbende kon worden gezien. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk belanghebbende was, onder meer vanwege haar woonsituatie op het naastgelegen perceel en haar initiatieven om een buurthuis te realiseren.
De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij tijdens de bezwarentermijn op het naastgelegen perceel woonde en dat haar inspanningen en plannen onvoldoende actueel belang vormden. Daarom bevestigde de Raad van State het oordeel van de rechtbank dat appellante geen belanghebbende is en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.