ECLI:NL:RVS:2019:1197
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Kramer
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluiten zorgtoeslag en kindgebonden budget wegens onterecht toeslagpartnerschap
Appellante ontving zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2013 en 2014. De Belastingdienst/Toeslagen herzag deze toeslagen in 2017 en stelde ze op nihil vanwege het feit dat appellante in die jaren gehuwd was met haar echtgenoot, die als toeslagpartner werd aangemerkt ondanks dat zij niet samenwoonden. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, stellende dat het verzoek tot echtscheiding pas in 2017 was ingediend, waardoor niet aan de wettelijke voorwaarden was voldaan.
In hoger beroep betoogde appellante dat de feitelijke relatie al in 2011 was verbroken en dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de noodzaak van een eerder echtscheidingsverzoek. Zij stelde dat de Belastingdienst/Toeslagen haar onterecht als toeslagpartner had aangemerkt en dat het vertrouwensbeginsel en evenredigheidsbeginsel waren geschonden.
De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst/Toeslagen niet had aangetoond dat appellante wist of behoorde te weten dat de toeslagen te hoog waren toegekend. De fout in de automatisering en het ontbreken van duidelijke informatie aan appellante maakten dat zij mocht vertrouwen op de definitieve toekenning. De herzieningsbesluiten zijn daarom vernietigd en de oorspronkelijke toeslagen herleven. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De herzieningsbesluiten worden vernietigd en de oorspronkelijke toeslagen herleven; de Belastingdienst wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.