ECLI:NL:RVS:2019:124
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 mei 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 22 november 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de beroepsprocedure te ontvangen, in aanmerking komt voor toewijzing. Dit is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De voorzieningenrechter bepaalde daarom dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd op 15 januari 2019 in het openbaar uitgesproken door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgt recht op opvang en verstrekkingen; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.