ECLI:NL:RVS:2019:1245
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig bekendmaking van omgevingsvergunning
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan op een perceel te Groningen. De rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk omdat de beslistermijn rechtsgeldig was verlengd en opgeschort, zodat geen vergunning van rechtswege was verleend.
Appellanten stelden dat de opschorting niet tijdig was gebeurd, waardoor volgens hen de vergunning van rechtswege was verleend en de rechtbank ten onrechte hun beroepen niet-ontvankelijk verklaarde. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat appellanten geen actueel en reëel belang hadden bij hun beroep, omdat inmiddels een besluit was genomen waarop zij bezwaar hadden gemaakt en zij geen dwangsommen konden vorderen.
Verder werd overwogen dat dwangsommen alleen aan de aanvrager van de vergunning toekomen en appellanten geen schade hadden gesteld. Daarom bevestigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank, zij het met verbetering van de gronden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.