ECLI:NL:RVS:2019:1275
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 13 juni 2018 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep van de vreemdeling op 18 maart 2019 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om voorlopige voorziening, waarbij wordt bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen ontvangt, gegrond is. Hierbij is onder meer gekeken naar eerdere jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris is tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, welke volledig zijn toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 18 april 2019 en betreft een voorlopige voorziening in het bestuursrechtelijke vreemdelingenrecht.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.