ECLI:NL:RVS:2019:1287
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en verwijzing nieuw besluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 3 februari 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 3 november 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 31 mei 2018 gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep kennelijk ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd het beroep tegen het nieuwe besluit van 27 juli 2018, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard, ter behandeling en beslissing naar de rechtbank verwezen.
De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 april 2019 door een enkelvoudige kamer.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het beroep tegen het nieuwe besluit wordt terugverwezen naar de rechtbank.