ECLI:NL:RVS:2019:1310
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.C. Kranenburg
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester sluiting woning wegens drugsvondst wegens onvoldoende motivering
De burgemeester van Meierijstad heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een woning gesloten voor zes maanden na vondst van hard- en softdrugs. Het besluit werd door de rechtbank Oost-Brabant bevestigd, waarbij werd geoordeeld dat sluiting noodzakelijk was voor het herstel van de openbare orde en dat het beleid omtrent sociale huurwoningen niet onredelijk was.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij maatregelen hadden genomen om verdere drugshandel te voorkomen, waaronder ontbinding van de huurovereenkomst en professionele reiniging, en dat de woning feitelijk leeg stond. Zij stelden dat het onderscheid in beleid tussen sociale en particuliere huursector onrechtvaardig was en dat de signaalfunctie ook in de particuliere sector niet anders is.
De Afdeling oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom de maatregelen van appellanten onvoldoende waren en waarom het onderscheid tussen sociale en particuliere huursector gerechtvaardigd was. Ook was onduidelijk of appellanten dezelfde mogelijkheden hadden gekregen als woningbouwverenigingen. Daarom werd het besluit vernietigd en werd de burgemeester opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
De Afdeling veroordeelde tevens de burgemeester tot vergoeding van proceskosten aan appellanten en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de burgemeester dient een nieuw besluit te nemen.