ECLI:NL:RVS:2019:1324

Raad van State

Datum uitspraak
24 april 2019
Publicatiedatum
24 april 2019
Zaaknummer
201802770/2/R3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:46 AwbArt. 6:19 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Overschie wegens onvoldoende motivering groenbestemming

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 24 april 2019 het bestemmingsplan 'Overschie' van de gemeente Rotterdam vernietigd wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De vernietiging volgt op een eerdere tussenuitspraak waarbij de raad werd opgedragen het gebrek in de motivering van het besluit van 14 december 2017 te herstellen.

De raad heeft vervolgens op 29 november 2018 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld, waarbij een deel van de bestemming 'Groen' is aangepast naar 'Wonen' en 'Tuin'. Appellanten hebben hun zienswijze ingediend en aangegeven met het herstelbesluit te kunnen instemmen, waardoor geen nieuw beroep is ontstaan tegen dit besluit.

De Afdeling oordeelt dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende duidelijk maakt waarom het belang van de nieuwe groenbestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Daarom wordt het besluit vernietigd voor zover de woningen aan de Burgemeester Wijnaendtslaan nabij huisnummer 50 niet volledig als zodanig zijn bestemd.

Ten slotte wordt de raad van de gemeente Rotterdam gelast de betaalde griffierechten aan appellanten te vergoeden. Er is geen aanleiding voor vergoeding van overige proceskosten.

Uitkomst: Het bestemmingsplan 'Overschie' wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de groenbestemming, met goedkeuring van het herstelbesluit van 29 november 2018.

Uitspraak

201802770/2/R3.
Datum uitspraak: 24 april 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
1.    [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], en anderen,
2.    [appellante sub 2], gevestigd te Rotterdam,
en
de raad van de gemeente Rotterdam,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2802, (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de uitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 14 december 2017 te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.
Bij beschikking van 14 november 2018 heeft de Afdeling de hersteltermijn verlengd tot 16 weken na 22 augustus 2018.
Bij besluit van 29 november 2018 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Overschie" gewijzigd vastgesteld.
[appellant sub 1] en anderen en [appellante sub 2] zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. [appellant sub 1] en anderen en [appellante sub 2] hebben een zienswijze naar voren gebracht.
De Afdeling heeft bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 4.2 overwogen dat het besluit van 14 december 2017 niet berust op een deugdelijke motivering.
2.    Gelet op hetgeen onder 4.2 van de tussenuitspraak is overwogen zijn de beroepen van [appellant sub 1] en anderen en [appellante sub 2] tegen het besluit van 14 december 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Overschie" gegrond. Dat besluit dient wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) te worden vernietigd, omdat door de raad niet duidelijk is gemaakt waarom het belang bij de beoogde nieuwe groenbestemming voor hem zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen.
3.    In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om het onder 4.2 genoemde gebrek in het besluit te herstellen met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen.
4.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 29 november 2018 het bestemmingsplan "Overschie" gewijzigd vastgesteld. Daarbij is op de verbeelding een deel van de bestemming "Groen" aangepast naar de bestemmingen "Wonen" en "Tuin".
5.    Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."
6.    [appellant sub 1] en anderen en [appellante sub 2] hebben in hun zienswijze aangegeven dat zij kunnen instemmen met het besluit van 29 november 2018. Tegen het besluit van 29 november 2018 is dan ook geen beroep van rechtswege van [appellant sub 1] en anderen en [appellante sub 2] ontstaan.
7.    Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen is niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en anderen en [appellante sub 2] tegen het besluit van de raad van de gemeente Rotterdam van 14 december 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Overschie" gegrond;
II.    vernietigt het besluit van 14 december 2017 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Overschie", voor zover de voorziene woningen aan de Burgemeester Wijnaendtslaan nabij huisnummer 50 niet in hun geheel als zodanig zijn bestemd;
III.    gelast dat de raad van de gemeente Rotterdam aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor [appellant sub 1] en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, en € 338,00 (zegge: driehonderdachtendertig euro) voor [appellante sub 2] vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.
w.g. Daalder    w.g. Priem
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 april 2019
646.