ECLI:NL:RVS:2019:1372
Raad van State
- Herziening
- N. Verheij
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening bestuursrechtelijke uitspraak vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft op 15 februari 2019 een verzoek ingediend tot herziening van de uitspraak van 5 oktober 2016 in een bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht. Het verzoek betrof een herziening op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat herziening mogelijk maakt bij nieuwe feiten of omstandigheden.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldoen aan de criteria voor herziening. De informatie uit het ambtsbericht van 21 juni 2018 betrof feiten vanaf april 2016 en later, terwijl de oorspronkelijke uitspraak en het besluit van 31 december 2014 dateren van daarvoor. Hierdoor is er geen sprake van nieuwe feiten die de herziening rechtvaardigen.
De Afdeling verklaarde het verzoek kennelijk ongegrond en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter N. Verheij en leden E. Steendijk en A. Kuijer, in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis, op 25 april 2019.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.