AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek tot beperking kennisneming zienswijze in hoger beroep bestuursrecht
Envigo RMS B.V. en een andere appellant hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De minister verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van een bepaalde zienswijze, vanwege vermeende onevenredige schade voor Envigo bij verstrekking aan de appellant.
De Afdeling heeft de zienswijze bestudeerd en geoordeeld dat zonder nadere motivering niet kan worden ingezien waarom kennisneming door de appellant tot onevenredige schade zou leiden. Vooral de nader geduide zin op pagina 7 van de zienswijze rechtvaardigt geen beperking.
Daarom wijst de Afdeling het verzoek tot beperking van kennisneming af en verzoekt de minister om binnen 14 dagen de zienswijze aan de Afdeling en de andere partijen toe te sturen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer.
Uitkomst: Het verzoek tot beperking van kennisneming van de zienswijze wordt afgewezen en de minister wordt verzocht deze aan partijen toe te sturen.
Uitspraak
201809051/4/A3.
Datum beslissing: 29 april 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:
1. Envigo RMS B.V., gevestigd te Horst, gemeente Horst aan de Maas,
2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 november 2018 in zaken nrs. 16/6478 en 17/175 in het geding tussen:
[appellant sub 2]
en
de staatssecretaris van Economische Zaken, thans: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Procesverloop
Envigo heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 november 2018 in zaken nrs. 16/6478 en 17/175. [appellant sub 2] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
De minister heeft één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling hiervan kennis zal mogen nemen.
Het betreft een zienswijze van [bedrijf] (thans: Envigo) van 12 september 2014 naar aanleiding van een door [appellant sub 2] ingediend Wob-verzoek.
Overwegingen
1. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de zienswijze kennis zal nemen. De zienswijze valt niet onder het bereik van het verzoek van [appellant sub 2] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, zodat de Afdeling hierover een beslissing dient te nemen. Ter motivering van het verzoek heeft de minister aangevoerd dat Envigo onevenredig wordt geschaad als een nader geduide zin op pagina 7 van de zienswijze aan [appellant sub 2] wordt verstrekt.
2. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3. De Afdeling heeft kennis genomen van de zienswijze. Zij stelt vast dat zonder nadere motivering niet valt in te zien waarom kennisneming door [appellant sub 2] van de nader geduide zin op pagina 7 van de zienswijze Envigo onevenredig kan schaden. Dat geldt in het bijzonder voor de eerste twee woorden van de zin. De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming niet gerechtvaardigd.
4. De Afdeling bepaalt dat de zienswijze wordt teruggezonden aan de minister.
5. Indien de minister geen gehoor geeft aan het in dictumonderdeel II. aangeduide verzoek om de zienswijze, waarvan het verzoek om geheimhouding is afgewezen, toe te sturen, kan de Afdeling daaraan gevolgen verbinden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. wijst het verzoek af;
II. verzoekt de minister binnen 14 dagen na heden de zienswijze ten aanzien waarvan het verzoek om beperking van de kennisneming is afgewezen, aan de Afdeling en de andere partijen toe te sturen.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van B. Ley-Nell, griffier.
w.g. Daalder w.g. Ley-Nell
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer griffier