ECLI:NL:RVS:2019:139

Raad van State

Datum uitspraak
21 januari 2019
Publicatiedatum
22 januari 2019
Zaaknummer
201810264/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 16 november 2016 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Na een bezwaarprocedure verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag oordeelde op 4 december 2018 dat het besluit onrechtmatig was en vernietigde het, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en dat de belangen van partijen een voorlopige voorziening rechtvaardigden.

De voorzieningenrechter besloot daarom dat de staatssecretaris geen nieuw besluit hoeft te nemen voordat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 21 januari 2019.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

201810264/2/V1.
Datum uitspraak: 21 januari 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van deze wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 4 december 2018 in zaak nr. 17/11351 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 16 november 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 4 mei 2017 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 4 december 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris binnen een termijn van zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.    Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op zijn hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de aangevallen uitspraak in stand zal blijven. Gelet hierop en op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
3.    Het verzoek moet als kennelijk gegrond worden toegewezen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen nieuw besluit op het gemaakte bezwaar hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Bijloos    w.g. Schuurman
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 januari 2019
282.