ECLI:NL:RVS:2019:14
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Kramer
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen schorsing certificaat asbestverwijdering wegens niet-naleving certificatieschema
Appellante, een asbestverwijderingsbedrijf, kreeg haar certificaat voor asbestsaneringswerkzaamheden geschorst door Veritas wegens overtredingen van het werkveldspecifieke certificatieschema SC-530. De rechtbank oordeelde dat de schorsingen geen punitieve sancties waren en verklaarde enkele beroepen ongegrond, terwijl andere gegrond werden verklaard.
In hoger beroep betoogde appellante dat de schorsingen wel degelijk punitief waren en dat zij een afwijkende decontaminatieprocedure toepaste die door een arbokerndeskundige was goedgekeurd, maar die de rechtbank ten onrechte niet als geldig beschouwde. De Afdeling oordeelde dat de schorsingen niet als straf bedoeld zijn maar als herstelmaatregelen en bevestigde dat het punitieve karakter ontbrak.
De Afdeling stelde echter vast dat Veritas ten onrechte niet had beoordeeld of de afwijkende decontaminatieprocedure voldeed aan de eisen van het certificatieschema en dat de rechtbank dit ook niet had onderkend. Verder werd vastgesteld dat Veritas ten onrechte een voorwaardelijke schorsing omzette in een onvoorwaardelijke vanwege onduidelijke termijnen voor herstelmaatregelen.
Het incidenteel hoger beroep van Veritas werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij na het vervallen van haar aanwijzing als certificerende instelling niet meer bevoegd was. De Afdeling vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen, waarbij hij het beschermingsniveau van de afwijkende procedure moet beoordelen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, delen van de uitspraak en besluiten vernietigd, staatssecretaris moet nieuwe besluiten nemen.