ECLI:NL:RVS:2019:1405
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak
De vreemdeling stelde op 15 maart 2019 hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening tot opheffing van de maatregel van bewaring. Nadat de Afdeling bestuursrechtspraak had laten weten dat de bodemprocedure werd aangehouden en de staatssecretaris de maatregel van bewaring had opgeheven, trok de vreemdeling zijn verzoek om voorlopige voorziening in.
Vervolgens verzocht de vreemdeling om proceskostenvergoeding. De staatssecretaris reageerde niet op dit verzoek, waardoor werd aangenomen dat hij de vreemdeling tegemoet was gekomen conform artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond was en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van €512,00 aan proceskosten, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt toegewezen en staatssecretaris veroordeeld tot betaling van €512,00.