ECLI:NL:RVS:2019:1412
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen vaststelling voorschot kinderopvangtoeslag 2007-2008
Appellante had in 2007 en 2008 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen, die door de Belastingdienst/Toeslagen bij besluiten van 5 november 2011 op nihil werden vastgesteld. Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
Appellante voerde aan dat zij de besluiten nooit had ontvangen omdat deze naar een verkeerd adres waren gestuurd dan het door haar opgegeven correspondentieadres. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst mocht volstaan met verzending naar het adres dat in de Basisregistratie Personen stond vermeld, waar appellante van april 2007 tot mei 2012 was ingeschreven.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij niet aannemelijk had gemaakt de besluiten niet te hebben ontvangen en dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld. De Raad van State stelde vast dat appellante niet had betwist dat de besluiten naar het juiste adres waren verzonden en dat de stellingen over rommeligheid en adequaat reageren op post niet tot twijfel aan de ontvangst konden leiden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het bezwaar tegen de vaststelling van het voorschot kinderopvangtoeslag te laat is ingediend en verklaart het hoger beroep ongegrond.