ECLI:NL:RVS:2019:1429
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding inzet tijdelijke warmteketels bij verlegging warmteleidingen
De minister van Infrastructuur en Waterstaat kende Nuon een schadevergoeding toe voor het verleggen van warmteleidingen in Amsterdam. Nuon maakte daarnaast kosten voor tijdelijke warmteketels om de warmtevoorziening tijdens de werkzaamheden te waarborgen, welke de minister aanvankelijk niet wilde vergoeden omdat deze kosten volgens hem niet onder de NKL 1999 vielen.
De rechtbank oordeelde dat de warmteketels tijdelijke voorzieningen van fysieke aard zijn en dat de kosten daarvan wel vergoed moeten worden. De minister ging in hoger beroep en stelde dat de warmteketels voorzieningen van operationele aard zijn, die niet voor vergoeding in aanmerking komen volgens de regeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat de kosten van de warmteketels vooral verband houden met de inrichting van het warmtenetwerk door Nuon en dat deze kosten niet onder de normale vergoeding vallen. Gelet op de omstandigheden en de constructieve samenwerking tussen partijen, paste de Afdeling de hardheidsclausule toe en bepaalde dat de minister 50% van de kosten moet vergoeden.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze de volledige vergoeding toekende, en de minister werd verplicht een bedrag van €144.258,96 te vergoeden. De overige onderdelen van de uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: De minister moet 50% van de kosten voor tijdelijke warmteketels vergoeden, zijnde €144.258,96.