ECLI:NL:RVS:2019:1439
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorschriften aan exploitatievergunning in verband met financiële verstrengeling en Wet bibob
Op 13 december 2016 verleende de burgemeester aan A.I., als enig aandeelhouder en bestuurder, een exploitatievergunning voor een café in Amsterdam, met voorschriften vergelijkbaar aan die van de eerdere vergunning van haar dochter. Deze voorschriften betroffen onder meer het verbod op bemoeienis van de dochter en het periodiek overleggen van financiële gegevens.
A.I. maakte bezwaar tegen enkele voorschriften, maar dit werd door de burgemeester ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit oordeel. De rechtbank vond dat de burgemeester terecht voorschriften had verbonden vanwege vermoedens van financiële verstrengeling tussen A.I. en haar dochter en de voortzetting van de onderneming onder de Wet bibob.
In hoger beroep stelde A.I. dat er geen financiële relatie bestond en dat de voorschriften onterecht waren, maar zij kon dit niet aannemelijk maken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester in redelijkheid gewicht mocht toekennen aan de transparantie en het vermoeden van voortzetting van de onderneming. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling benadrukte dat de voorschriften niet onevenredig bezwarend zijn en in overeenstemming met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. De vergunning van de dochter en de intrekking daarvan waren niet aan de orde in deze procedure.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vergunningvoorschriften en verklaart het hoger beroep ongegrond.