ECLI:NL:RVS:2019:1468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag 2012 en 2013
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die zijn beroepen tegen de afwijzing van herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde dat hij recht had op hogere toeslagbedragen en dat de rechtbank onvolledig en onjuist had gehandeld in de behandeling van zijn zaak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had vastgesteld dat appellant onvoldoende bewijs had geleverd van gemaakte kosten voor kinderopvang na 31 juli 2012 en over 2013. De Belastingdienst had duidelijk aangegeven welke stukken vereist waren en appellant had niet aan deze bewijslevering voldaan.
Verder werd overwogen dat het evenredigheidsbeginsel niet was geschonden omdat de verantwoordelijkheid voor het bijhouden van een deugdelijke administratie bij appellant ligt. Betogen over terugvorderingen en verrekeningen vielen buiten het bestreden besluit en konden niet in deze procedure worden beoordeeld.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen van de wettelijke omstandigheden voor vergoeding waren vervuld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.