ECLI:NL:RVS:2019:1495
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens bewoning in strijd met bestemmingsplan op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem legde op 15 februari 2018 aan appellant een last onder dwangsom op wegens het gebruik van een pand op een bedrijventerrein voor reguliere bewoning, wat in strijd is met het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Waarderpolder". De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze last ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het college niet bevoegd was tot handhavend optreden omdat de bewoning was toegestaan als bedrijfswoning en dat het overgangsrecht van toepassing was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het pand weliswaar op de lijst met bedrijfswoningen stond, maar dat reguliere bewoning anders dan als bedrijfswoning niet is toegestaan. Het beroep op het overgangsrecht faalde omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het pand op de peildatum in strijd met het bestemmingsplan werd gebruikt voor reguliere bewoning. Ook het betoog dat het college wegens bijzondere omstandigheden van handhavend optreden had moeten afzien, werd verworpen vanwege het algemeen belang bij handhaving en mogelijke precedentwerking.
Verder werd een nieuw aangevoerd betoog over détournement de pouvoir buiten beschouwing gelaten omdat dit niet eerder was ingebracht. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.