ECLI:NL:RVS:2019:153
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang in verband met onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 12 oktober 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een papiercontainer was aangetroffen. Deze doos droeg een adresdrager met de naam- en adresgegevens van appellant, die daardoor als overtreder werd aangemerkt. Het college stelde de kosten van bestuursdwang, €126,00, voor rekening van appellant.
Appellant betwistte zijn status als overtreder en voerde aan dat uit de foto's bij het rapport niet blijkt dat de adresdrager bij de doos hoort en dat hij de dozen uit de papiercontainer had laten steken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college mocht afgaan op het rapport dat op ambtseed of ambtsbelofte was opgemaakt en dat de foto's voldoende aannemelijk maken dat de adresdrager bij de doos hoort.
Verder overwoog de Afdeling dat het feit dat appellant dozen uit de papiercontainer liet steken, waarbij de doos mogelijk uit de container is geraakt, hem kan worden toegerekend als onjuist aanbieden van afval. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenoplegging voor bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.