ECLI:NL:RVS:2019:1531
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag
De zaak betreft een hoger beroep van een appellant tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling niet in behandeling te nemen. De appellant moest een bedrag van €65.546 terugbetalen aan de Belastingdienst wegens teveel ontvangen voorschotten kinderopvangtoeslag over meerdere jaren. Omdat zij dit bedrag niet in één keer kon terugbetalen, verzocht zij om een persoonlijke betalingsregeling.
De Belastingdienst wees het eerste verzoek af wegens opzet of grove schuld en stelde een standaard betalingsregeling vast. Dit besluit werd niet bestreden en werd daardoor onherroepelijk. Een tweede verzoek werd niet in behandeling genomen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren. De rechtbank oordeelde dat dit terecht was, hoewel het verzoek beter afgewezen had kunnen worden dan niet in behandeling genomen.
De appellant voerde aan dat zij het eerste besluit niet had ontvangen en dat er geen sprake was van opzet of grove schuld. Ook stelde zij dat de Belastingdienst tot terugvordering bij het gastouderbureau had moeten overgaan. De Raad van State oordeelde dat deze argumenten geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden en dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.