ECLI:NL:RVS:2019:1537
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen geen schuldhulpverlening door Kredietbank Limburg
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Vaals om vergoeding van kosten voor een schuldhulpverleningstraject bij een derde partij. Het college stuurde dit verzoek door aan Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland. Appellant had een informatief gesprek met de Kredietbank Limburg, waarna deze per e-mail mededeelde dat op basis van de situatie geen schuldhulpverlening kon worden opgestart.
Appellant maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen sprake was van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de e-mail geen besluit was omdat de medewerker niet bevoegd was besluiten te nemen namens de directeur of het college.
In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen sprake was van een concreet verzoek om schuldhulpverlening, maar slechts een informatief gesprek en een mededeling. Hierdoor kon de e-mail niet als een besluit worden aangemerkt en was bezwaar maken niet mogelijk. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.