ECLI:NL:RVS:2019:154
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval afgewezen
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 19 maart 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een bovengrondse papiercontainer was aangetroffen. De doos droeg een sticker met naam- en adresgegevens van appellant, die daardoor als overtreder werd aangemerkt en aansprakelijk gesteld voor een deel van de kosten.
Appellant voerde aan dat zij de doos in een ondergrondse papiercontainer had achtergelaten en dat deze mogelijk door een defect was gevallen. Tevens stelde zij dat het college ten onrechte geen getuigenverklaring van een nabij aanwezige vuilniswagenchauffeur had ingewonnen. De Raad van State overwoog dat het college mocht aannemen dat appellant de overtreder was, tenzij zij aannemelijk maakte dat zij het voorschrift niet had geschonden.
De stellingen van appellant waren onvoldoende om dit aannemelijk te maken. Haar verklaring dat de doos uit de ondergrondse container was gevallen, was voor haar risico omdat zij erkende dat de container defect was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het college bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van kosten voor bestuursdwang wegens onjuist aanbieden van afval wordt ongegrond verklaard.