Uitspraak
Datum uitspraak: 15 mei 2019
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
De zaak betreft invorderingsbesluiten van dwangsommen opgelegd aan een exploitant van een horecagelegenheid vanwege overtreding van geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. De Omgevingsdienst voerde geluidmetingen uit bij een buitenkamer en een buitenberging naast de horecagelegenheid.
De rechtbank oordeelde dat de buitenkamer onderdeel is van de woning en een geluidgevoelig object vormt, waardoor de geluidmetingen terecht waren. Appellante betoogde dat de metingen onjuist waren verricht, omdat de buitenkamer grotendeels uit tentdoek bestaat en de buitenberging geen geluidgevoelige ruimte is.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat de buitenkamer niet als gevel kan worden aangemerkt vanwege het tentdoek en dat de buitenberging geen geluidgevoelige ruimte is. Hierdoor zijn de geluidmetingen onjuist en kunnen de dwangsombesluiten niet op deze metingen worden gebaseerd.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, de bezwaren gegrond verklaard, de dwangsombesluiten herroepen en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De dwangsombesluiten worden vernietigd en herroepen wegens onjuiste geluidmetingen, met vergoeding van proceskosten aan appellante.