ECLI:NL:RVS:2019:1547
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot huurtoeslag ondanks betwisting inschrijving medebewoner
Bij besluit van 9 maart 2018 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot huurtoeslag van appellante voor 2017 herzien en vastgesteld op € 2.873,00. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar meerderjarige dochter niet bij haar woonde maar op straat zwierf en zich weigerde uit te schrijven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellante overlegde verklaringen van een casemanager van een geestelijke gezondheidszorginstelling, een hulpverlener en familieleden om aan te tonen dat haar dochter niet feitelijk bij haar woonde. De Afdeling oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een onjuiste inschrijving die haar niet te verwijten was, noch dat zij had geprobeerd haar dochter uit te schrijven. De Belastingdienst mocht daarom het geschatte inkomen van de dochter betrekken bij de huurtoeslagberekening.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door lid van de enkelvoudige kamer E. Steendijk op 15 mei 2019.
Uitkomst: De herziening van het voorschot huurtoeslag wordt bevestigd omdat de dochter terecht als medebewoner is aangemerkt.