ECLI:NL:RVS:2019:1548
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat parkeerplaatsen in strijd zijn met bestemmingsplan en weigering omgevingsvergunning bevestigd
De VvE van appartementencomplex De Rozenburgh vroeg een omgevingsvergunning aan voor het aanleggen van zeven parkeerplaatsen op het terrein, waarbij een groenstrook met een hoge boom zou verdwijnen. Het college van burgemeester en wethouders van Heemstede weigerde de vergunning omdat de parkeerplaatsen in strijd zijn met het bestemmingsplan en het belang van omwonenden bij behoud van groen zwaarder weegt.
De rechtbank stelde de VvE in het gelijk en oordeelde dat geen strijd met het bestemmingsplan bestond, waardoor geen vergunning nodig zou zijn. De omwonenden en het college gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte uitging van bestemmingsvlakken in plaats van perceelsniveau bij de beoordeling van ondergeschiktheid van de parkeervoorzieningen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de parkeerplaatsen niet ondergeschikt zijn aan de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' op het perceel en daarom in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het college had de vergunning met een redelijke belangenafweging geweigerd, waarbij het belang van omwonenden en het behoud van de groenstrook zwaarder woog dan het parkeerbelang van de VvE.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de VvE ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan de omwonenden. Het hoger beroep werd daarmee gegrond verklaard en de aanleg van de parkeerplaatsen niet toegestaan.
Uitkomst: De aanleg van parkeerplaatsen is in strijd met het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning wordt terecht geweigerd.