ECLI:NL:RVS:2019:155
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 7 november 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos die naast een aangewezen container was achtergelaten te verwijderen. Op de doos was een sticker met naam en adres van appellant aangetroffen, waardoor het college haar als overtreder van de Afvalstoffenverordening heeft aangemerkt en haar een deel van de kosten van bestuursdwang (€126,00) heeft opgelegd.
Appellant betoogde dat zij niet zelf de doos had achtergelaten, maar dat een klusser die via Burenhulp bij haar werkte dit had gedaan. Zij stelde zelf te oud te zijn om het afval naar de container te brengen. Het college heeft appellant telefonisch gehoord en haar de mogelijkheid geboden een verklaring van de klusser en een medische verklaring te overleggen, maar appellant heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de persoon tot wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder wordt aangemerkt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat een ander de overtreding heeft begaan. Aangezien appellant dit niet aannemelijk heeft gemaakt, blijft zij als overtreder gelden. Bovendien kan zij ook verantwoordelijk worden gehouden voor de handelingen van de klusser, indien deze in haar opdracht handelde.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot kostenoplegging bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.