ECLI:NL:RVS:2019:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over permanente parkeervergunning in Rotterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees op 7 januari 2018 de aanvraag van een permanente parkeervergunning voor bewoners af. Hiertegen maakte de aanvrager bezwaar, dat op 11 januari 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam vernietigde vervolgens het besluit en verleende zelf een permanente parkeervergunning aan de aanvrager.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de parkeervoorziening niet duurzaam beschikbaar was voor bewoners. De Afdeling stelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat het complex beschikt over een bijbehorende parkeervoorziening als bedoeld in het Uitvoeringsbesluit parkeren Rotterdam 2017.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en het beroep van de aanvrager ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling benadrukte dat de parkeervoorziening in beginsel bestemd is voor bewoners en dat tijdelijke parkeervergunningen kunnen worden verstrekt als bewoners tijdelijk geen parkeerplaats kunnen gebruiken.
Uitkomst: Het beroep van de aanvrager op een permanente parkeervergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.