ECLI:NL:RVS:2019:1593

Raad van State

Datum uitspraak
15 mei 2019
Publicatiedatum
15 mei 2019
Zaaknummer
201809809/2/R3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Rechters
  • J.J. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbWet openbaarheid van bestuur
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming samenwerkingsovereenkomst bij bestemmingsplan Dilgt, Hemmen en Essen

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan 'Dilgt, Hemmen en Essen, deelgebied 1' vastgesteld door de raad van de gemeente Groningen. De gemeente verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak om te bepalen dat alleen de Afdeling kennis mag nemen van een samenwerkingsovereenkomst betreffende de ontwikkeling en realisatie van Haren Noord, omdat deze overeenkomst vertrouwelijke financiële gegevens bevat.

De Afdeling weegt het belang van transparantie en gelijke informatievoorziening voor partijen tegen het belang van de gemeente en private partijen bij bescherming van commerciële en financiële gegevens. De samenwerkingsovereenkomst is gesloten met private partijen en bevat informatie over kostenverhaal en kostenstructuur die, indien openbaar, de onderhandelingspositie van de gemeente en private partijen zou kunnen schaden.

Gezien het feit dat appellanten geen eigenaar zijn van gronden binnen het plangebied en de inhoud van de overeenkomst niet noodzakelijk is voor het onderbouwen van hun beroep, acht de Afdeling het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. De Afdeling wijst het verzoek toe en beperkt de kennisneming van het vertrouwelijke stuk tot de Afdeling zelf.

Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van de samenwerkingsovereenkomst wordt toegewezen; alleen de Afdeling bestuursrechtspraak mag het stuk inzien.

Uitspraak

201809809/2/R3.
Datum beslissing: 15 mei 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen:
1. [appellant sub 1A], wonend te [woonplaats], en [appellant sub 1B], wonend te [woonplaats] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1]),
2. [appellant sub 2], wonend te Haren, gemeente Groningen,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Haren, thans de gemeente Groningen,
verweerder.
Procesverloop
[appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van 29 oktober 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dilgt, Hemmen en Essen, deelgebied 1".
De raad heeft één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het betreft de samenwerkingsovereenkomst betreffende de ontwikkeling en realisatie van Haren Noord van 30 januari 2007.
Overwegingen
1.    De raad heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van dit stuk kennis zal nemen.
2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
3.        De raad heeft ter motivering van zijn verzoek aangevoerd dat de samenwerkingsovereenkomst is gesloten met private partijen en met zich brengt dat het kostenverhaal van de grondexploitatie is verzekerd. Volgens de raad zijn [appellant sub 1] en [appellant sub 2] geen eigenaren van gronden in het plangebied zodat zij niet met kostenverhaal zullen worden geconfronteerd. De inhoud van de samenwerkingsovereenkomst behoeven zij dan ook niet te kennen om hun beroep tegen het bestemmingsplan te kunnen onderbouwen, aldus de raad. De raad voert daarnaast aan dat de samenwerkingsovereenkomst geen openbaar stuk in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur is. Voorts voert de raad aan dat het belang van openbaarmaking van de samenwerkingsovereenkomst niet opweegt tegen het financiële belang van de gemeente. Ook kan openbaarmaking leiden tot onevenredige benadeling van de private partijen bij de overeenkomst. Volgens de raad kan immers bij openbaarmaking van de samenwerkingsovereenkomst worden nagegaan wat de kosten, de kostenstructuur en de verdeling van de kosten over de partijen zijn. Dit schaadt de onderhandelingspositie van de gemeente en de private partijen bij de samenwerkingsovereenkomst bij onder meer het bouw- en woonrijp maken van de gronden als bij de verkoop van de woningen.
4.        In aanmerking nemende dat de samenwerkingsovereenkomst financiële gegevens bevat omtrent de ontwikkeling van de gronden, wegen naar het oordeel van de Afdeling de financiële belangen van de gemeente en het belang bij het voorkomen van onevenredige benadeling van de commerciële derden bij de overeenkomst zwaarder dan het belang dat [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben bij kennisneming van die overeenkomst.
5.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe;
Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. L.C. Lodeweges, griffier.
w.g. Eck    w.g. Lodeweges
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2019