ECLI:NL:RVS:2019:1596
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen handhavingsbesluiten woonvoorzieningen bijgebouw Lange Brinkweg 97 te Soest
Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft op 7 september 2018 verschillende handhavingsbesluiten genomen tegen verzoekers, waaronder het verwijderen van woonvoorzieningen in een bijgebouw op het perceel Lange Brinkweg 97 te Soest, het staken van bewoning en het ongedaan maken van dakaanpassingen. Na bezwaar heeft het college op 5 februari 2019 het bezwaar deels gegrond verklaard en enkele lasten herroepen, maar de overige lasten gehandhaafd met gewijzigde termijnen en dwangsommen.
Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank Midden-Nederland, dat op 1 april 2019 ongegrond werd verklaard. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State, waarbij verzoekers tevens een voorlopige voorziening hebben gevraagd om schorsing van de handhavingsbesluiten gedurende de hogerberoepsprocedure.
De voorzieningenrechter heeft op 9 mei 2019 het verzoek behandeld en geoordeeld dat de belangen van het college niet zo dringend zijn dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Gezien de langdurige bewoning van het bijgebouw, het ontbreken van overlastmeldingen door buren en het feit dat de voorlopige voorziening geen onomkeerbare gevolgen heeft, is besloten de handhavingsbesluiten te schorsen.
Daarnaast is het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekers en het griffierecht dat zij hebben betaald. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.H.M. van Altena op 16 mei 2019.
Uitkomst: De Raad van State schorst de handhavingsbesluiten van het college van Soest en veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten.